Foutje…

‘Ik zei toch dat we rechtsaf moesten!’
‘Ik heb je helemaal niet gehoord.’
‘Komt omdat je nooit naar me luistert.’

‘En nu, wat moeten we nu?’
‘Iemand zoeken die de weg weet…’

Posted in Goeie Zin | Leave a comment

Toekomstbeeld

Bij mij vlakbij staat een vrachtauto met aanhanger. Een heel grote vrachtauto.
De deuren van de wagens staan open, maar er zit niemand in de afgesloten cabine.
Er zaten eerst vier mannen in oranje pakken in. Die zijn nu een eind verderop met iets bezig. Moet kunnen.

Toch word ik er enorm chagrijnig van: de zware motor van de vrachtwagen draait aan een stuk door. En dat kan dan weer niet.

Ik google het bedrijf dat op de wagens vermeldt staat, een markeringsbedrijf, en bel.
Ze weten ervan, mijn mannen trekken strepen op een fietspad.

Vijf minuten later weet ik bijna alles van thermische strepen en het verschil met hard-pastic strepen. Waarom de motor per se moet blijven draaien. Ook waarom de deuren niet dicht mogen en dat de gemeente Amsterdam wil dat het strepen trekken elektrisch wordt. Dat kan nu nog nét niet.

Stel je voor, als je later ooit geen zin hebt om iets te doen…
Elektrisch lijntrekken.
Wat een geweldig idee!



Posted in Nieuwe Goden | 2 Comments

Doe het Zelf

‘Wat ga jij nou doen?’
‘Klein klusje.’
‘Is dat nou wel verstandig? Je hebt de blaren nog op je handen zitten van afgelopen weekend. Was ik er dit jaar een keertje niet bij, bij NLdoet, sla jij palen in de grond bij een kinderboerderij. Zonder handschoenen! Beetje dom.’

‘Ach dat valt wel mee…’
‘Maar jij werkt bijna nóóit met je handen. En wat moet je met die oude camera Alex?’
‘Nou gewoon.’
‘Je kunt het maar beter meteen zeggen, want ik kom er toch wel achter.

‘Ik wil gewoon het nieuwe vriendje van m’n dochter zien!’

Posted in Goeie Zin | 1 Comment

In de toon

‘Ik weet toch bijna zeker dat we er een hadden!’
‘Bijna zeker Caren, bijna zeker…’
‘Ik pak het album erbij. Kijk, hier, zie je wel? De hele straat versierd.
En wat hangt daar bij nummer 29?’

‘Ja maar meisje, dat was Mannenvoetbal.’
‘Govert Cornelissen, je wéét dat ik van je hou, maar af en toe ben je zo’n áchterlijke eikel!’
‘Het is gewoon een principe Caren, ik ga geen vlag uithangen voor vrouwenvoetbal.’

‘Damesvoetbal.’
‘Whatever, ik vlag niet voor damesvoetbal.’
‘Dan vallen we helemaal uit de toon!’
‘Het zij zo, kan me niks schelen.’

‘Ik spreek jou nog wel Govert Cornelissen!’

Posted in Goeie Zin | Leave a comment

Dit kwam eruit

‘Wat een schatje toch, dat neusje!’
“Ja hé, wonderbaarlijk… Precies de neus van Frans.’
‘En kijk nou toch, dat kleine handje, hoeveel kracht daar al inzit. Hij wil mijn vinger niet loslaten, zo lief.’

‘De neus van Frans en de ogen van Noor. Gelukkig is het niet andersom Frans.’
‘Ja, dat bespaart hem weer een trauma later.’
‘Het is écht een vasthoudend jongetje, moet je kijken!’

‘Waar komt z’n naam eigenlijk vandaan Noor?’
‘Geen idee, we hadden zo’n boekje met babynamen doorgebladerd en dat was eigenlijk niet zo veel. Wij vinden onze eigen namen ongekend truttig, dat wilden we hem niet aandoen.’

‘Deze klonk wel lekker, net iets anders dan anders, dat geeft je kind een voorsprong, denken wij. Hé Frans?’
‘Het is de eerste keer dat ik hem hoorde. Heb hem een paar keer door mijn mond laten rollen. Hij heeft wel iets ja.’

‘Je vinger wordt blauw. Ik krijg dat knuistje bijna niet open.
Brexitje, loslaten, Brexit!’

Posted in Goeie Zin | Leave a comment

Blij met niks

Van veel dingen word ik vrolijk:
Vanmiddag nog, vier ooievaarsnesten gezien met bij elkaar opgeteld zeven ooievaars/ooievaren.

Stroken krokussen, paarse en witte door elkaar. Beetje braaf wel.
Daartussen af en toe een eigenwijze gele. ‘Hoera voor de gele,’ denk ik dan.

Uitbottende wilgen met het allerlentste groen.

Prachtig die nieuwe natuur, maar toch…
Er gaat niets boven zooi!

Posted in Goeie Zin | Comments Off on Blij met niks

Ren je rot kind

Zo’n meisje van drie en een half dus.
Oma zit in het ziekenhuisrestaurant met haar jongere zusje op schoot, voor de videozuil waar een Disney-riedel uitkomt. Opa zit veilig aan een tafeltje een eind verderop.

Het meisje ontdekt ondertussen dat tussen de tafels door rennen veel leuker is dan welk Donald- of Mickey filmpje ook.
Af en toe volgt er een bijna ongeluk, mensen kijken verstoord en de oudere vrouw weet niet goed wat ze moet doen. Ze roept naar opa, maar die reageert niet. Het rennende meisje ook niet als ze haar naam weer hoort.

Het kleinere kindje alleen laten is geen optie.
Met het kleintje op de arm loopt oma achter de minirenner aan, een extra dimensie aan het spelletje.

Als ze eenmaal gevangen is moet opa tóch aan de bak:
‘Let jíj nou eens op Henny!’
Op haar stoel naast Henny wiebelt het meisje met haar benen. Opa duikt weer in de krant en Oma haalt haar jas op bij Disney.

Nieuwe ronde Nieuwe kansen…
Zo’n meisje van drie en een half dus.

Posted in Goeie Zin | Leave a comment

Van wal steken

‘Beleef de Waal,’ heet de dag die me de rivier op lokt.
Op een groot schip, maatje mini cruiser.
Langs bekende- en nieuwe plekken met veel moois ook, onderweg en op de wal.
Als ik de foto’s thuis bekijk en de vijf mooiste uitkies is dit mijn favoriet:

blauwroest

Gelukkig snap ik mezelf.

Posted in Verwondering | Tagged | Leave a comment

Vergeet het maar

Nieuwe broeken kopen voor mijn moeder…
Dit jaar wordt ze negentig en de tijd is mild voor haar uiterlijk.
Niet zo mild voor haar geheugen, of misschien juist extra, daar ben ik nog niet uit.

Nieuwe broeken dus.
Omdat ze vergeet dat ze moet plassen als haar dat niet nadrukkelijk wordt verteld én de pantalon, naast haarzelf, absorberende hulpmiddelen bevat die steeds omvangrijker worden, grijp ik als ik haar af en toe verschoon regelmatig naar een net te klein exemplaar. Dat betekent groot inkopen en voor de efficiëntie in twee verschillende maten.

Na het passen liggen er vier nieuwe broeken en twee dito bloesjes op haar bed.
‘Is dat ALLEMAAL voor mij?’ Haar hele gezicht glimt van plezier.
Na bevestiging kijkt ze zelfs nog blijer.
In de volgende tien minuten vraagt ze het nog drie keer, met steeds hetzelfde resultaat.

Als ik de overige kleren terugbreng naar het lokale filiaal van de kledingwinkel-keten,
krijg ik naast mijn geld ook het bonnetje terug.

‘Dat hoeft niet,’ zeg ik.
‘Wij gooien ze hier weg,’ zegt de kassamedewerkster.
‘Als er later iets mee mis is, heeft u altijd nog het bonnetje.’
‘Ach, het heeft geen eeuwigheidswaarde,’ zeg ik en vertel haar kort over mijn moeder, haar vergeten, de omloopsnelheid van haar kleren en de industriële wasmachine in het verzorgingstehuis.

‘Mijn moeder had dat ook, aan het eind van haar leven,’ zegt ze.
‘Ze vond het heel erg. Wij konden zeggen wat we wilden, ze bleef het vreselijk vinden.
Er was niks aan te doen.’

Nee, dan de mijne. Die zich geduldig laat helpen, zonder gene en mij zo helpt om dat ook zo te doen, die niks leuker vindt dan elke keer opnieuw de kleerhanger-lusjes (die ik er expres voor haar laat inzitten) van mijn trui of bloes om mijn oren te doen en daar dan zo om moet lachen.

Het wordt wennen als ze straks mijn naam niet meer weet, maar van mij mag ze alles vergeten.

Posted in Verwondering | Tagged | 1 Comment

Dora Visser

In 1965 zoekt mijn vader een nieuwe correspondent voor zijn regionale, katholieke, krant. In Olburgen spreekt hij daarom met de lokale informatiebron bij uitstek, de pastoor.

De overeenkomst in achternamen laat de pastoor een verhaal vertellen over een voormalig kapelaan van de parochie. Bijna honderd jaar geleden schetst deze kapelaan A. Kerkhof in zijn dagboek het verhaal van Dora Visser, een jonge vrouw die de tekenen van Christus op haar lichaam draagt, stigmata genoemd.

Mijn vader krijgt het dagboek van de kapelaan mee en ook het witte mutsje van Dora waarin nog steeds herkenbare bloedvlekken te zien zijn. Ze lijken op een doornenkroon.

Mijn vader onderzoekt het verhaal, schrijft er in eerste instantie een krantenartikel over, daarna een boekje, en werkt tenslotte mee aan een televisiedocumentaire. Deze publiciteit trekt de jaren daarna duizenden vereerders naar het graf van Dora.

De katholieke kerk krijgt er lucht van, de kardinaal bezoekt het graf en de Paus geeft goedkeuring tot de aanzet tot zaligverklaring van Dora Visser.
Een pauselijke onderzoeksrechtbank onderzoekt daarna aantoonbare wonderen die op Dora terug te wijzen zijn; er komt een officiële biograaf en die benadert mij over mogelijke aanvullende informatie uit het archief van mijn vader, anders dan documentatie die hij al heeft ingezien.

Na zijn dood ontruim ik mijn vaders werkkamer en selecteer zijn research archief. Het achtergrondonderzoek rond Dora Visser bewaar ik, nu kijk ik bijvoorbeeld in een officieel afschrift van het dagboek van kapelaan  A. Kerkhof. Het gaat wel lukken met die aanvullende informatie.

Omdat hij altijd bij me is mis ik mijn vader nooit, hij maakt deel van me uit.
Dat betekent niet dat ik hem niet graag zou vertellen waartoe zijn verhaal leidt.

Posted in Goeie Zin, Nieuwe Goden | Tagged | Leave a comment